Onze klas

Spellingcategorieën
In de klas hangen iedere week de categorieën die we in die week gaan leren.


Woordenschatmuur
Achter in de klas hangen de woorden die we in één thema bij taal en woordenschat leren. De woorden worden op verschillende manieren opgehangen:

- De woordspin: in het midden (in het hoofd van de spin) hangt een woord. De woorden die op de poten hangen zijn woorden die te maken hebben met het woord dat in het midden staat.
- De woordparaplu: boven in de paraplu staat een woord. De woorden onder de paraplu zijn voorbeelden van het woord dat erboven hangt.
- De woordtrap: op iedere trede van de trap hangt een woord. Dit geeft een volgorde aan. Bijv. koud, lauw, warm, heet.
- De woordkast: in de woordkast hangen woorden die hetzelfde betekenen. Bijv. saai - steeds hetzelfde.


Klassenbieb
Wij hebben onze eigen bibliotheek in de school. Ook hebben we een in de klas een kleine bibliotheek. Deze boeken worden elke week 'ververst' met boeken uit de schoolbibliotheek. Er worden altijd allerlei boekjes uitgezocht. Ook staan er vaak informatieboekjes bij. Zo is er voor ieder wat wils!! 


Werkwinkel
Als je klaar bent met de weektaak dan mag je uit de werkwinkel kiezen. Je begint dan in vak 1. Daarin liggen werkboekjes van taal of rekenen. Je maakt daaruit één bladzijde en deze kijk je zelf na. Je hoeft je naam niet op een boekje te schrijven. Een andere keer kan een ander kind een andere bladzijde uit datzelfde boekje maken. Daarna mag je naar vak 2. Daarin liggen leuke werkbladen. Werkbladen waar bijv. puzzels op staan. Als je één werkblad hebt gemaakt en nagekeken, mag je naar vak 3. Daarin liggen doewerkjes in die je alleen kunt doen. Bijv. een houten puzzeltje in elkaar zetten. Tot slot mag je naar vak 4. Daar liggen spelletjes en bouwmaterialen in waar je samen met andere kinderen mee kunt spelen en werken.